Oceaanmat
meten en maken

1

uitleg van model en maten

   0  1  2  3  4  5  6  7 


maten van de oceaanmat
 



De mat heeft aan buitenrand acht bochten. Aan de lange zijde drie bochten en aan de korte zijde één.

Het oppervlak is binnen de bochten een vlechtwerk van touw dat bij elke kruising steeds onder en dan over gaat. Dit vlechtwerk vormt allemaal vierkantjes, een stamien. De afmeting van de vierkantjes is de stramienmaat ( S).

De breedte van de mat ( B ) is de lange maat en gerekend tussen de twee buitenkanten van de mat. Als je een oceaanmat van een bepaalde maat wilt maken meet je deze maat en geef je die op in het rekenprogramma.

De diepte van de mat ( D ) is de korte maat van de mat, ook tussen de buitenkanten. Bij alle drie de berekeningen wordt ook deze maat uitgerekend.

De dikte van het touw ( d ) is de diameter van het touw.

Dan is er nog het aantal dubbelingen ( n ). Als het touw één keer rond gaat blijft de knoop niet zitten en is te slap. Het aantal dubbelingen moet dus ten minste twee zijn. In het voorbeeld is het aantal dubbelingen drie. Te veel dubbelingen geeft geen mooi resultaat. Hoeveel dubbelingen er maximaal gemaakt kunnen worden hangt af van de dikte van het touw en de stramienmaat. Dit maximale aantal wordt bij de berekeningen ook aangegeven.

Er is één stuk touw nodig om deze mat te maken. De lengte van het touw ( L ) is afhankelijk van de groote van de mat, maar natuurlijk ook van het aantal dubbelingen. Met name als je een lang en dik stuk touw hebt is het ook leuk om daarmee een zo groot mogelijke mat te maken. Als dat touw ook voor iets anders bestemd is kan de mat weer uit elkaar gehaald worden.

© theo

 
/\ top      www.knoopenzo.nl