Met een boetnaald is de lange draad die nodig is om de bekleding te maken makkelijk te verwerken.
Maar er kan ook zonder hulpmiddelen met korte draden worden gewerkt.
Als de eerste draad (1-1) nog lang niet op is
wordt een tweede draad (2-2) bijgelegd.
De eerste draad wordt opgewerkt. Daarbij wordt de tweede draad dus onder de bekleding vastgelegd.
Als de eerste draad op is wordt met de tweede draad verder gegaan.
Het eindje van de eerste draad wordt onder de tweede weggewerkt. Het uitstekende begin van draad twee wordt afgeknipt.
Op de zelfde manier kan met een derde draad voor de spiraalplatting worden gewerkt.