stopperknopen |
2 |
de mini-stopper |
![]() |
0 1 2 3 4 | |
![]() |
| |
![]() |
Het eind van gevlochten touw. | |
![]() |
De mantel van het touw een stukje uitkammen. | |
![]() |
Als er een kern in het touw zit komt die te voorschijn. Deze moet er voor een klein deel uit, om het einde van het touw makkelijk door te kunnen steken, zoals onderstaand wordt uitgelegd. | |
![]() |
Trek de kern er nog iets verder uit. | |
![]() |
Kern afknippen. | |
![]() |
Mantel weer strak trekken. | |
![]() |
Op korte afstand van het eind, daar waar de kern nog wel zit, maak je met een (stalen) priem of (houten) fit een opening in het touw. | |
![]() |
Probeer die opening zo goed mogelijk tussen de kardelen en niet dwars door de kardelen te maken. | |
![]() |
Steek een doorhaler door het gat. | |
![]() |
Leg het uitgekamde einde van het touw in de doorhaler. | |
![]() |
Doorhaler aantrekken.... | |
![]() |
...en helemaal terug trekken. | |
![]() |
Het uitgekamde deel van het touw is er door. Dit is voldoende om het touw daaraan verder door te trekken. | |
![]() |
Trek het touw verder door... | |
![]() |
...tot er een klein lusje overblijft. Knip het einde dan kort af. | |
![]() |
Als de stopper niet strak in een gat wordt getrokken, of helemaal niet in een gat wordt ´verstopt´ is een klein takeling nodig. Gebruik daar de constrictorknoop voor. | |
![]() |
Wordt de stopper klem getrokken in een gat, dan kan het doorgestoken einde worden uitgekamt. Zo ontstaat de minimale verdikking en dat is ook de bedoeling. Onderstaand de verschillen. | |
![]() |
Niet uitgekamt is de dikte van de stopper in 10 mm touw 19 mm. | |
![]() |
| |
![]() |
Is het touw heel losjes gevlochten en heeft het geen kern, dan is het aan te bevelen het lusje iets langer te laten en het uitgekamde deel er met een bindsel (constictorknoop) tegen aan te binden. Let er wel op dat je bij het meten van de dikte van dit type losjes gevlochten touw de dikte meet als het touw strak is getrokken. | |
© theo |
/\ top www.knoopenzo.nl |